Alles over aaltjes inzetten tegen plagen | ECOstyle – ECOstyle Belgium
Wat zijn aaltjes? Tips, adviezen en hoe in te zetten

Wat zijn aaltjes? Tips, adviezen en hoe in te zetten

De meest natuurlijke superhelden van het dierenrijk zijn meteen ook de kleinste. We hebben het over aaltjes. Je zet ze in tegen heel veel verschillende soorten plaagbeestjes en zijn vaak zelfs al effectief voordat er veel schade kan ontstaan. Hoe dat precies zit, leggen we je hier uit.

Wat zijn aaltjes?

Aaltjes kun je niet zien, want ze zijn microscopisch klein. Van nature leven ze in de bodem - waar ze hard hun best doen voor het beschermen van een gezonde balans. Er zijn ook varianten die je bovengronds ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld voor het bestrijden van rupsen.

Aaltjes zijn ontzettend effectief in het bestrijden van plagen als rouwvliegjes, slakken, mieren, motten, rupsen, pissebedden en nog meer. Het zijn allemaal verschillende soorten met elk hun eigen taak.

Hoe werken aaltjes? 💡

Aaltjes zijn dus microscopisch klein. Zó klein, dat ze de plaag of larven daarvan binnendringen en zich daar ontzettend snel vermenigvuldigen. Zo gaat het plaaginsect binnen 2 tot 3 dagen dood. Door die vermenigvuldiging gaan aaltjes snel opzoek naar nieuwe insecten, waar ze zich in kunnen nestelen.

Aaltjes inzetten is een volledig natuurlijke en biologische manier van bestrijden. Aaltjes zijn namelijk niet schadelijk voor je plant of de potgrond. Ook niet voor andere dieren dan waartegen ze worden ingezet, het is precies maatwerk. En zodra de plaag is opgelost, sterven de aaltjes vanzelf uit en worden opgenomen in de kringloop. 

Waarom zou je aaltjes gebruiken?

Aaltjes zijn natuurlijke vijanden van insecten die zorgen voor overlast. Bij natuurlijk bestrijden maak je alleen gebruik van werkzame stoffen uit de natuur of natuurlijke vijanden van insecten. Met aaltjes belast je het milieu niet, ook hebben zij geen impact op andere dieren dan alleen het beestje waartegen ze bedoeld zijn.

Een ander bijkomend voordeel: aaltjes werken non-stop, 24 uur per dag! Zo is jouw plaag dus in een mum van tijd opgelost.

Alle plagen om aaltjes tegen in te zetten 🪱

Aardrups

De aardrups is een bruine rups die niet vies is van een lekker sier- of moestuinplantje. Ze zijn actief van april tot en met oktober, een vrij lange periode dus. Zie je hapjes uit je sier- en moestuinplanten? Dan heb je misschien wel te maken met de aardrups.

Aardrupsen brengen veel tijd door in de bodem. Dat is dan ook precies de plek waar je de aardrups het beste kunt bestrijden. Hoe? Door een leger aan miljoenen aaltjes in te zetten. Deze verdeel je over de grond en de aaltjes gaan in de bodem op zoek naar de aardrups. Vervolgens dringen ze deze aardrupsen binnen en vermenigvuldigen zich hierin. Daar kan de aardrups niet tegen, waardoor hij uitsterft.

Bladwesp

De larve van een bladwesp lijkt net op een rups. Het lijf is echter wat meer geribbeld en zo’n twee centimeter groot. Ze eten vaak aan de vruchten en bladeren van kruiden en bomen.

De bladwesp zelf is op zich niet zo vervelend, maar de larve van de bladwesp kan flinke schade aanrichten aan bijvoorbeeld boomgaarden. Dat wil je natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen.

Zet daarom aaltjes in. Aaltjes spuit je op het blad en binnen een paar minuten dringen ze de larve van de bladwesp binnen. Van daaruit vermenigvuldigen ze zich en zo sterven de larven binnen no-time uit.

Buxusmot

Je hebt een schitterende buxus staan, maar ziet dat deze na verloop van tijd kaal of bruin begint te worden. De mot die dit aanricht houdt zó bijzonder specifiek van de buxus, dat we hem er maar gewoon naar hebben vernoemd. Want het is duidelijk: jij hebt last van de buxusmot.

De buxusmot kun je gelukkig op verschillende manieren bestrijden. Eén daarvan is het inzetten van aaltjes. Aaltjes dringen de rups van de buxusmot binnen en zorgen er zo voor dat die niet verder kan groeien, want hij sterft uit. Dat komt doordat de aaltjes zich binnenin het lijf van de rups vermenigvuldigen.

Coloradokever

De coloradokever heeft dan wel een mooie, lichtoranje kleur, zo wenselijk is hij niet in jouw tuin. Zowel de volwassen coloradokever als zijn kleine larven zijn namelijk erg hongerig. De larven herken je aan dezelfde oranje kleur en de rij zwarte stippen aan beide kanten en lijken eigenlijk meer op een kever dan op een larve.

Zowel de kever als de larve richt vraatschade aan op het blad van planten zoals aardappelen, tomaten, aubergines en paprika’s.

Red je moestuin dus van deze kever! Dat doe je het beste door middel van aaltjes. Die dringen binnen in de larve van de coloradokever en vermenigvuldigen zich binnenin het lichaam, waardoor de larve sterft.

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is inmiddels een berucht fenomeen. Zowel mensen als dieren ondervinden er oog- en huidirritaties van. Het zijn namelijk de brandharen van deze rups die zorgen voor jeuk en uitslag. En het ergste: het lijkt ieder jaar weer erger te worden met de eikenprocessierups.

De eikenprocessierups is niet per definitie schadelijk voor jouw gewassen, maar je wilt natuurlijk zo weinig mogelijk last hebben van de brandharen. Zorg dat je de aaltjes vroeg in het seizoen verspreidt, rond april. Dan heeft de eikenprocessierups nog niet zoveel haar en zijn ze makkelijker te bestrijden.

Hoe werkt dat dan? De aaltjes dringen de rups binnen en vermenigvuldigen zich, waardoor de rups uitsterft. Sproei de aaltjes niet overdag maar ‘s avonds over de rupsen heen, anders heb je kans dat de aaltjes uitdrogen.

Emelten

De emelt is de larve van een langpootmug. Die doen op zich weinig kwaad, maar de emelt zelf kan wel veel schade aanrichten aan jouw gazon. Ze bevinden zich namelijk ondergronds. Ze hebben een lang, dik, grijsbruin lijf met aan de voorkant iets wat lijkt op een soort van zuignap. Het is eigenlijk net een kruising tussen een rups en worm. Langpootmuggen - en dus de larven ervan - komen tegenwoordig het hele jaar voor.

Emelten knabbelen aan de wortels van de grasplantjes die zorgen voor jouw diepgroene gazon. Als je de emelt maar gewoon zijn gang laat gaan, zul je op termijn last krijgen van kale plekken in je gazon.

Bestrijd de emelten met aaltjes. Deze aaltjes doen al het werk wat eigenlijk geen enkel ander middel kan, namelijk: het binnendringen van de emelt ondergronds. Daar vermenigvuldigen ze zich en zo zorgen ze ervoor dat de emelt uitsterft. De aaltjes hebben meer moeite bij het bestrijden van hele grote exemplaren. De emelt is vooral 's nachts actief. Leg 's nachts een stuk donker plastic op het gazon. De emelt denkt dan dat het, als het licht wordt, nog steeds nacht is, je zult zien dat je de volgende ochtends een flink aantal emelten kunt wegvangen. Samen met de aaltjes een goede aanpak!

Engerlingen

Heb je last van kale plekken in het gazon? Grote kans dat dit is ontstaan door de eetlust van de engerling. De engerling is de larve van een aantal verschillende soorten kevers. De engerling zelf heeft een rupsachtig lichaam met een duidelijke C-vorm en een roodbruine kop. Achter deze kop zie je een flink stel poten.

Engerlingen hebben honger en beginnen te eten van jouw grasplantjes, ofwel: je gazon. Dat zorgt voor kale plekken in het gras en losliggende graszoden. Dat wil je natuurlijk voorkomen.

Er is eigenlijk maar één manier om de engerling effectief te bestrijden: aaltjes. De aaltjes dringen de engerlingen binnen en vermenigvuldigen zich vervolgens razendsnel. De engerling gaat naar verloop van tijd dood. De aaltjes gaan vervolgens op zoek naar een nieuwe prooi. Omdat de engerling een meerjarige cyclus heeft is het belangrijk de aaltjes enkele jaren achter elkaar in te zetten.

Koolvlieg

Heb je een moestuin en ben je kool aan het kweken? Pas op dat de koolvlieg, of eigenlijk de larven ervan, niet mee komen genieten van jouw kool. Dat resulteert in het uisterven van je jongere koolplanten, maar het leidt eerst tot slaphangende bladeren en gebreksverschijnselen. Daar doe je het niet voor, toch?

De koolvlieg lijkt op een eenvoudige huisvlieg en is zo’n 4 tot 7 millimeter lang. De koolvlieg legt haar eitjes in de buurt van jouw kool, zodat haar telg aan larven daar lekker kan van eten, om zelf óók weer uit te groeien tot een koolvlieg. En zo gaat de cirkel steeds weer rond. Ze knagen met name aan de wortelshals en het onderste gedeelte van de stengel.

Tijd om hier een einde aan te breien. Je bestrijdt de larven van de koolvlieg op een natuurlijke manier aan de hand van aaltjes. Aaltjes leven in de grond, waar ook de larven va de koolvlieg zich bevinden. Ze dringen de larve binnen en vermenigvuldigen zich, waardoor de larve sterft.

💡 Tip: plant in de moestuin niet alle kolen bij elkaar, maar wissel ze af met andere planten of groenten. Een groot bed met alleen maar kool maakt het voor de koolvlieg wel heel eenvoudig om z'n slag te slaan.

Mieren

Mieren zijn nuttige insecten. Máár: soms veroorzaken ze overlast. Ze hebben weleens de neiging om nesten te bouwen in het gazon of onder je terras, en zo kunnen ze voor veel schade zorgen. Ze creëren ze lelijke, kale plekken in het gazon, of kunnen zelfs een verzakking in de oprit of het terras veroorzaken. Wil je mieren bestrijden? Dan kun je aaltjes gebruiken.

Aaltjes zelf zijn niet schadelijk voor de mieren, maar ze verjagen ze wel. Mieren houden niet van aaltjes in hun leefomgeving. Zodra de aaltjes worden gesignaleerd in hun nesten, worden alle troepen bij elkaar gehaald om te zoeken naar een nieuwe verblijfplaats. En het liefste zo ver mogelijk uit jouw tuin. Hoe ver ze zich verplaatsen, is afhankelijk van de bodemstructuur, vochtigheid en weersomstandigheden.

Miljoenpoot

Een miljóén poten? Oke, dat is wel een beetje overdreven. Je hoeft ze echter niet allemaal te tellen om te weten dat je te maken hebt met de miljoenpoot. Ze zijn zo’n 10 tot 18 millimeter groot en leven in de bodem. Als het vochtig is, voelen ze zich extra comfortabel. Oh, en ze hebben veel poten. Héél veel poten.

Blijft de miljoenpoot lekker in de bodem zitten? Prima. Daar ruimt hij zelfs nog een beetje op, want onder de grond zoekt hij naar dood organisch materiaal om op te eten. Maar vroeg of laat wordt hij écht hongerig. Dan komt hij tevoorschijn en op het menu staat dan jouw gewassen uit je moestuin. Met name de wortelpunten van jonge planten – ofwel zaailingen – zijn favoriet.

Wil je dat hij met z’n poten van je zorgvuldig geteelde gewassen afblijft? Pak ‘m dan zodra hij denkt dat ‘ie veilig is: in de grond. Zet aaltjes in, want die zoeken de miljoenpoot onder de grond op en sluipen naar binnen. Eenmaal in de miljoenpoot vermenigvuldigen ze zich en daar gaat de miljoenpoot van dood.

Naaktslakken

Heb je last van slakken? Pak ze zo snel mogelijk aan, want ze planten zich razendsnel voort. Naaktslakken leven het grootste gedeelte van de tijd ondergronds, waar ze dood organisch materiaal eten. Is het buiten vochtig genoeg, dan komen ze tevoorschijn en zie jij ze in je tuin of soms zelfs in huis. Ook al zijn ze nuttig in de natuur door al het organische materiaal dat ze opruimen, ze hebben helaas ook hele andere dingen op hun menu staan.

Slakken eten graag mee van plantenwortels en planten en dat wil je natuurlijk niet graag. In een kort poosje tijd kunnen de slakken een plant totaal kaal vreten. En ook de glibberige slijmsporen heb je liever niet rondom je huis.

Omdat ze voornamelijk onder de grond zijn, kun je ze het beste bestrijden met aaltjes. Die zoeken ondergronds naar de verdikking op de rug van de slak en dringen zo de slak binnen. Daar vermenigvuldigen ze zich en al snel sterft de slak. De dode slak wordt vervolgens als broedkamer gebruikt en na verloop van tijd gaan de aaltjes op zoek naar de volgende slak.

Pissebedden

Pissebedden zijn onsmakelijke insecten die weleens in je kelder of bij je wc willen huisvesten, of in kassen. In grotere getalen zie je ze weleens tussen de bladeren of onder bloempotten. Ze houden van vochtige en schaduwrijke plekken.

Ze zijn niet alleen vies, ze richten ook nog eens veel vraatschade aan. Je ziet schade aan je planten maar ook aan je zaailingen. Zeker wanneer ze met velen aanwezig zijn, kunnen ze voor enorme zichtbare overlast zorgen.

Aaltjes dringen de pissebedden binnen. Door middel van een val worden de pissebedden gelokt waarna de aaltjes het lichaam van de pissebed binnendringt. Deze vermenigvuldigen zich vervolgens en de pissebed sterft uit. Komen er meer pissebedden op de val af? Dan gaan de aaltjes over naar de andere pissebed.

Rouwvliegjes

Zie je kleine, zwarte vliegjes rondom je plant en merk je dat deze niet meer zo mooi groeit? Dan heb je waarschijnlijk last van de varenrouwmug, ofwel rouwvliegjes.

Het rouwvliegje legt haar eitjes bij kamerplanten. Zijn de eitjes uitgekomen, dan voeden de larven zich met wortels en plantmateriaal van jouw plant. De kamerplant groeit hierdoor minder goed. Bij een ernstige plaag is het mogelijk dat je kamerplant het zelfs niet overleefd. De larven verplaatsen zich nauwelijks, dus je ziet hun vraatschade vaak alleen op bepaalde plekken.

Wil je rouwvliegjes bestrijden? Gebruik dan de speciale aaltjes tegen rouwvliegjes. Deze dringen de larven binnen en vermenigvuldigen zich vervolgens heel snel. De larve gaan op deze manier binnen 2 tot 3 dagen dood.

Rupsen

De rups is misschien wel de meest hongerige van alle wezens die zich durft te wagen in jouw moes- of siertuin. Hij is één van de snelst-groeiende in het dierenrijk, want hoe eerder ze uitpoppen tot een prachtige vlinder, hoe beter. Maar daarvoor moet hij wel ontzettend veel eten.

Hun vraatschade is goed te herkennen aan afgeknabbelde bladeren of opkrullend blad. Ze zijn het hongerigst aan het einde van de zomer en begin van de herfst, maar hebben ook steeds vaker eerder in het seizoen wel trek in een maaltijd uit jouw tuin.

Aaltjes kruipen de rupsen binnen zodra je ze hebt gesproeid op het blad en ze een rups tegenkomen. Eenmaal in de rups, vermenigvuldigen ze zich razendsnel en daar kan de rups niet tegen, waardoor hij uitsterft.

Taxus- of snuitkever

De taxus- of snuitkever houdt misschien wel nét zo veel van jouw planten als jijzelf. En dat zie je: deze grijze kever van zo’n 1 centimeter groot neemt ronde happen uit de bladeren van bijvoorbeeld je rododendron, azalea, camelia, fuchsia, hedera, liguster, rhododendron en, natuurlijk, de taxus. Je zult deze kever niet vaak zien, hij is namelijk actief in het donker. Maar de specifieke ronde happen uit de bladranden verraden deze ongenode gast. De kever zelf is nog niet eens zo erg: het zijn vooral de larven van de taxus- of snuitkever die schade aanrichten aan de wortels van je planten. Daardoor is je plant een minder lang leven voorbestemd. Omdat onze winters steeds warmer worden, blijft de taxuskever steeds vaker het hele jaar rond actief.

Trips

Trips kun je op allerlei planten tegen komen (iets minder snel op vetplanten). Het zijn hele kleine, dunne insectjes met een breedte van ongeveer een millimeter. De vleugels zijn transparant en je weet dat je last hebt van tripsen als je zilverachtige bladeren met donkergroene vlekjes hebt. En het ergste van allemaal: ze kunnen vliegen.

Dat is niet zo best, want daardoor verplaatst de trips zich snel door jouw kamer, van plant naar plant. En iedere plant is een uitstekende plek voor deze trips om eitjes te leggen, waardoor de familie van tripsen alleen maar groter en groter wordt. Voor je het weet koloniseren ze al je planten.

Wil je trips bestrijden? Dat doe je het beste met aaltjes. De aaltjes dringen binnen tot de trips zodra deze zich verpopt in de bodem van jouw plant. Daar kunnen de tripsen niet tegen, en zo sterven ze uit.

Uienvlieg

Heb je een moestuin en ben je daar een ui- of preiplant aan het laten groeien? Pas dan op voor de uienvlieg. Deze houdt in het bijzonder van, de naam zegt het al, uien en prei. Ze zijn zo’n 6 tot 7 millimeter groot en lijken eigenlijk heel erg op een gewone, zwarte huisvlieg.

Het probleem zit hem vooral in de eitjes van de uienvlieg. Die worden gelegd rondom jouw ui- en preiplanten. Na zo’n 2 tot 7 dagen komen de maden of larven al uit en die willen natuurlijk meteen eten, dus beginnen ze maar aan jouw uien- en preienplant. Na een tijdje worden de bladeren geel en jonge planten gaan er zelfs van dood.

De larven van de uienvlieg kunnen niet tegen aaltjes. Deze microscopisch kleine beestjes leven onder de grond en gaan op zoek naar de larve van de uienvlieg, om zich vervolgens in het lichaam te vermenigvuldigen. Gaat de larve dood, dan zoeken ze vanzelf verder naar de volgende larve.

Wortel- en preivlieg

Jouw wortel- en preiplanten zijn allesbehalve veilig voor de wortel- en preivlieg. Deze vlieg komt zó vaak voor op of rondom deze gewassen, dat we hem maar gewoon zo zijn gaan noemen. De vliegjes zijn slechts 4 tot 5 millimeter lang.

De eitjes die deze vliegjes leggen, liggen aan de basis van de jonge wortelplanten. Per seizoen kunnen er tot drie generaties voorkomen, van april tot soms wel oktober. Je ziet de eitjes best goed liggen, dus je herkent het probleem daarmee vrij makkelijk. Zodra de eitjes uitkomen hebben de larven van de vliegjes honger en beginnen ze te knagen aan de voet van de plant. De bladeren worden al snel geel en sterven af.

Bestrijd de larven van de wortel- en preivlieg met aaltjes. De aaltjes dringen binnen in de larve als deze zich op of in de plant bevinden en gaan zich dan razendsnel vermenigvuldigen. Daar kunnen de larven niet tegen.

Veenmol

Veenmollen lijken qua uiterlijk heel erg op flinke krekels, maar leven voor een groot deel onder de grond, evenals een mol. Ze zijn ongeveer 3,5 tot 5 centimeter groot en kunnen veel schade veroorzaken in met name jouw moestuin. Veenmollen zijn actief van april tot augustus.

Veenmollen creëren vraatschade aan wortels en blaadjes en vernielen zaailingen. Gelukkig kun je de nestplaatsen van veenmollen goed herkennen aan verdorde planten of vergeelde bladeren. De veenmol houdt gelukkig ook van engerlingen, maar ook van wormen. En wormen zijn juist wél erg functioneel voor jouw tuin. Kortom: overlast van de veenmol kun je beter bestrijden.

Dat doe je het beste met aaltjes. Aaltjes dringen de veenmol binnen zodra deze onder de grond aan het huisvesten is. De bacteriën van de aaltjes zijn slecht voor de veenmol. Het lichaam van de veenmol, die na enkele dagen sterft, wordt gebruikt als broedplaats ter vermenigvuldiging.

Tips voor juist gebruik van aaltjes ✅
  • Moment van gebruik

    Gebruik aaltjes liever niet in de volle zon. Ze kunnen dan uitdrogen. Het beste kun je de aaltjes toepassen in de avond of bij bewolking.

  • Vochtigheid bodem

    Zorg dat de bodem vochtig is. Houd de bodem ook nog vochtig in de week tot twee weken na toepassing.

  • Vochtigheid blad

    Bij bladtoepassing is het beste om ervoor te zorgen dat de plant vooraf én minstens twee uur na behandeling goed vochtig is en blijft. Voorkom wel dat het water van de bladeren druipt.

Aaltjes gebruiken op de bodem

  1. Meng het hele bakje aaltjes met één liter water, ongeacht hoeveel aaltjes je hebt.
  2. Roer de aaltjes goed door het water heen. Dit is je concentraat.
  3. Afhankelijk van de verpakkingsgrootte, verdun je het concentraat weer in een gieter met water.
  4. Giet het mengsel gelijkmatig over de potgrond van jouw planten.

Als je aaltjes bestelt ontvang je daarbij een duidelijke gebruiksaanwijzing.

Aaltjes gebruiken op blad of stam

  1. Meng het hele bakje aaltjes met één liter water, ongeacht hoeveel aaltjes je hebt.
  2. Roer de aaltjes goed door het water heen. Doe de oplossing in een plantenspuit of drukspuit.
  3. Verspreid met behulp van de plantenspuit of drukspuit. Richt goed op de insecten. Dit type aaltjes zijn een contactmiddel, het is van belang de insecten goed geraakt worden.

Zorg dat je altijd aandachtig de bijgevoegde gebruiksaanwijzing leest.

Hulp nodig?

We staan voor je klaar.

Login

Wachtwoord vergeten?

Heb je nog geen account?
Maak gratis een account aan en geniet van vele voordelen.