U bent hier

Hoe aaltjes correct toepassen?

Zet ze op het juiste moment en op de juiste manier in
Vanaf welke temperatuur?
  • Aaltjes tegen slakken (Phasmarhabdites hermaphrodita) kunnen ingezet worden vanaf het moment dat de bodemtemperatuur minimum 5°C bedraagt.
  • Aaltjes tegen emelten, trips, mieren, schadelijke bodeminsecten, buxusmot en rupsen (Steinernema Feltiae) kunnen ingezet worden bij een bodemtemperatuur van 10°C.
  • Aaltjes tegen engerlingen, taxuskever en coloradokever (Heterorhabditis bacteriophora) kunnen ingezet worden bij een bodemtemperatuur van 12°C.
  • Aaltjes zijn beperkt houdbaar. Na de houdbaarheidsdatum verliezen ze hun effectiviteit. Gebruik de aaltjes zo snel mogelijk na ontvangst. Is dit niet mogelijk, bewaar ze gekoeld bij een temperatuur van 5-8°C (bv. in de koelkast).

  • De aaltjes kunnen het best in de ochtend of avond, met bewolkt weer of bij regen toegepast worden. Los de aaltjes op in water volgens de handleiding en verdeel met een gieter over het te behandelen oppervlak. Roer het mengsel regelmatig goed door om het bezinken van de aaltjes te voorkomen.

  • Zorg ervoor dat de grond vochtig is alvorens de aaltjes toe te passen. De bodem moet na toepassing tenminste twee weken vochtig gehouden worden, maar niet drijfnat.

  • Aaltjes zoeken het plaaginsect op en dringen naar binnen. Door het afscheiden van bepaalde bacteriën sterft het plaaginsect al na 2-3 dagen. Het plaaginsect wordt gebruikt als broedkamer en de aaltjes vermenigvuldigen zich snel om na 2-6 weken weer nieuwe plaaginsecten op te zoeken en te infecteren. Dit proces blijft net zo lang doorgaan zolang er voldoende plaaginsecten (voedsel) is voor de aaltjes en de bodemtemperatuur niet te koud wordt. Hoe meer aaltjes er verspreid worden hoe effectiever de werking, overdosering is niet schadelijk.

Zoekveld